Cascade en Fontein

Jongleren geleerd op mijn zevenenveertigste, boven het logeerbed in Darmstadt: van drie ballen naar vijf, met elke vangst geturfd.

Siteswaps op een kladblok

25 juli 2026 · 3 min lezen

Op de conventie vorig jaar volgde ik een uur over siteswaps, de notatie waarmee jongleurs patronen opschrijven. Het idee is eenvoudig: elke worp krijgt een cijfer dat aangeeft hoeveel tellen later dezelfde bal weer gegooid wordt. In een gewone cascade met drie ballen is elke worp een 3, dus heet de cascade simpelweg 3. Met vier ballen is de fontein 4, met vijf de cascade 5. Een even worp komt terug in dezelfde hand, een oneven worp gaat naar de andere hand.

Interessant wordt het met rijtjes. Het patroon 441 bestaat uit twee hoge worpen die in dezelfde hand terugkomen en dan een korte, snelle aangifte naar de andere hand. Het patroon 531 is een hoge kruisworp, een gewone worp en een aangifte. Een rijtje kan alleen als het gemiddelde van de cijfers een heel getal is, en dat getal is het aantal ballen. Vier plus vier plus één is negen, gedeeld door drie is drie ballen, en bij vijf, drie en één komt hetzelfde uit. Dat is nog geen garantie, want sommige rijtjes met een keurig gemiddelde botsen toch, maar wat niet deelbaar is, valt meteen af.

Ik heb dit voorjaar een kladblok naast het bed gelegd en elke avond eerst tien minuten cascade gegooid en daarna tien minuten een siteswap. Mijn beste reeksen, geteld in hele rondes van het patroon:

Het mooie van de notatie is dat ze ook laat zien waarom iets moeilijk is. Bij 441 komen de twee hoge vieren terug in de hand waaruit ze vertrokken, wat ingaat tegen alles wat je hand bij de cascade heeft geleerd. Bij 531 moet de hoge worp precies hoog genoeg zijn, want de rest van het patroon wacht erop. Het kladblok ligt er nog. Er staan inmiddels ook rijtjes op voor vijf ballen, die ik voorlopig alleen opschrijf.