Tien vangsten met vijf ballen
Onder jongleurs heet het kwalificeren: een patroon geldt pas als geleerd wanneer elke bal twee keer is gegooid en gevangen. Bij drie ballen zijn dat zes vangsten, bij vijf ballen tien. Tien vangsten klinkt als niets. Het duurt ruim twee seconden.
Ik ben in augustus vorig jaar met vijf ballen begonnen, met de set van de conventie, en heb vanaf het begin elke poging geturfd op een vel papier aan de binnenkant van de kastdeur. Eerst alleen de flits: alle vijf de ballen vlak na elkaar omhoog, zodat ze allemaal tegelijk in de lucht zijn, en dan alle vijf vangen. Dat kostte twee maanden. Vijf ballen moeten ruim een meter boven je hoofd, en in de woonkamer is dat net genoeg, als ik in het midden sta en niet onder de lamp.
Daarna kwam het tellen. Mijn beste reeks per maand:
- oktober 2025: 5, de flits;
- januari: 6;
- april: 7, en dat bleef zo tot de zomer;
- september: 8;
- vanavond: 10, en meteen daarna nog eens 11.
Op het vel aan de kastdeur staan ongeveer 3300 streepjes, één voor elke poging. Dat is bij elkaar nog geen drie uur jongleren met vijf ballen, verdeeld over veertien maanden, want de meeste pogingen duren maar een paar tellen. De rest van de tijd ging op aan ballen oprapen en aan de cascade met drie en de fontein met vier, die ik elke avond als opwarming gooi.
Wat uiteindelijk het verschil maakte, was geen extra oefening maar slaap. De drie beste avonden van deze maand kwamen alle drie na een nacht van acht uur. Na een korte nacht kom ik niet verder dan zes. Op de club lachten ze erom en zeiden dat ze dat al jaren weten. Nu ik het zelf geturfd heb, geloof ik het ook.